Agistri Club, one hour from Athens- one minute to the beach

Er was eens.. een heerlijk Amsterdams vriendinnetje die ik had leren kennen in mijn PTT Telecom tijd. We trokken vanaf onze eerste ontmoeting meteen dag en nacht met elkaar op. Ach wie heeft dat niet gedaan, na het werk nog even ergens wat eten, toch nog één wijntje, op een doordeweekse dag dansen op tafels en ” Oh, is het al half zes?”, we moeten zo weer naar het werk… We vierden het Leven tot de Max en waren onafscheidelijk. Op vakantie gaan was dan ook iets wat we vanzelfsprekend samen deden. En zo gingen wij, eind september 1999, samen met mijn broer naar dat magische eilandje op een uurtje varen vanaf Pireaus, de haven van Athene.

Broer kwam daar al járen, soms wel drie keer per jaar. Hij kende Agistri goed en Agistri (de bewoners) kenden hem goed en noemden hem Filos, vriend. Op weg naar Agistri moesten we in Athene overnachten omdat de boottijden niet aansloten bij onze vliegreis. Zo gepassioneerd als Sven is voor alles wat met kunst, cultuur en oudheden te maken heeft, zo gepassioneerd raakten Jet en ik bij het zien van de ontelbare schoenen- en tassenwinkels in de oude stad. Als een volwaardige gids leidde Sven ons door een wirwar van oudheden. “Kijk meiden, de Acropolis! En daar het Parthenon” riep hij vol extase met zijn vinger omhoog wijzend, maar wij hadden alleen maar oog voor de winkels met al hun mooie spulletjes. Oei, als de shop Walhalla ook te vinden is op Agistri maak m e gek!

De volgende dag zaten we op de boot, ik met veel te hoge hakken, een té zware koffer en een té zwaar aangezette make-up. Voor een luxe cruiseschip erg gepast, maar dit was zo’n überschattig BerenBoot bootje, genaamd de Agistri Express, waar je wankelend over een loopbruggetje een plaatsje zoekt, aan raamzijde met gebloemde gordijntjes.

De boottrip was erg innemend, net als het handje volle lokale passagiers aan boord. De blauwe zee met de witte schuimkragen leidde ons over de Saronische Golf langs een paar idylische eilandjes, zoals Salamina en Aegina. Tegen de tijd dat het blauwe dak van het kerkje op Agistri, het laatste eilandje wat de boot aandoet, in zicht kwam kwam er een prachtige glinstering in de ogen van Jet, die ik deze vakantie nog vaker zou zien.

4C31442E-4C64-4534-927C-8D584A0CE904.jpeg

Op de kade stond een luidruchtige charismatische (zo niet Griekse) man ons al op te wachten. Met zijn onvervalste Britse accent en zijn bulderende lach verwelkomde hij Sven en gooide ons, inclusief onze bagage, achter in zijn rammelende Grieks Blauwe Pickup. We reden de haven uit, de weg omhoog en waren binnen een paar minuten aan het einde van de weg, waar de Club als het ware uit de zee leek op te komen. Aangekomen in het openlucht restaurant van de Club, leek het net alsof het eiland Aegina als schilderij onderdeel uitmaakte van het interieur.

Sven werd meteen door Bryan geconvoceerd want er zaten bekende en onbekende gasten aan en achter de bar die uitgebreid begroet moesten worden. Een ieder met een eigen verhaal, een eigen leven, maar allemaal betoverd door dit magische eiland. Hugo die destijds in het restaurant de scepter zwaaide was een zeer charmante gastheer, die geheel op Griekse wijze, iedere avond, zittend op een stoeltje naast de tafel, kwam vertellen wat er die avond op het menu stond. Altijd beginnend met de woorden: “Tonight we have….” . We deelden onze gerechten met andere gasten die bij ons aan tafel aanschoven, namen de dag en ons leven door en er werd tot in de late uurtjes nagetafeld. En dat is tot op de dag van vandaag nog steeds zo. Ja, de naam Club is hier heel erg op zijn plaats.

Er was, toentertijd al helemaal niet, voor ons niets spannends te beleven op het eiland, geen oudheden, geen shoppingmall, geen busverbindingen, laat staan dat je een taxi kon bestellen. We huurden brommertjes bij Takis en ontdekten prachtige ongerepte baaitjes en strandjes, we lunchten uitgebreid bij een van de talrijke tarvena’s en waren vooral “Zen”. Serieus, we hadden het té druk door alle sociale contacten die we op deden, er zou gewoonweg geen tijd zijn geweest voor shoppen en cultuur opsnuiven. Het enige waar we ons druk om maakten was of wel geld konden pinnen bij de enige automaat die Agistri rijk was of dat er benzine te verkrijgen was. Was dit niet het geval, dan rekenden we gewoon een paar dagen later af en gingen te voet het eiland rond.

Het was een vakantie om nooit meer te vergeten. Een vakantie waar ik mijn lievelingsvriendin verloor en zij haar hart.

Ik kom er nu alweer bijna 20 jaar met regelmaat en werkelijk iedereen die ik hiermee naar toegesleept heb is het met mij eens, het is een Paradijsje.

In 2013 vertelt Jet aan “De Griekse Gids”:

Mensen vragen wel eens hoe ik hier terecht ben gekomen, en steevast antwoord ik dan dat ik eerst verliefd werd op het uitzicht over Aegina, en toen op Bryan. Uiteraard is dat niet helemaal zoals het gegaan is, maar ik kan niet anders zeggen dan dat we op een geweldige plek wonen. Als ik ’s ochtends met de honden, naast het huis het bos in stap, kan het gebeuren, zoals een paar weken geleden,dat we in de verte de dolfijnen voorbij zien zwemmen. Natuurlijk is het niet alleen maar Paradijs, maar wel bijna!

Voor Jet’s volledige brief klik hier en voor de leuke reportage in de Glossy van De Griekse Gids  klik hier  (het begint op pagina 83)

One comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s